Onderzoek Kanker

0

Ondanks dat de geneeskunde heel ver is kunnen nog niet alle ziekten worden opgespoord. Dit geldt ook voor het opsporen van een aantal vormen van kanker. Aan de hand van bepaalde symptomen kan men gericht zoeken. Indien er geen duidelijke symptomen zijn die in de juiste richting kunnen wijzen dan kan het heel lastig zijn om kanker te ontdekken. Alleen bij bloedkanker/leukemie kan er met een gericht onderzoek worden bepaald of je deze vorm van kanker hebt. Verder is er dus geen simpel bloedonderzoek welke direct aantoont dat men kanker heeft. Er zijn wel diverse manieren om tumors te onderzoeken.

Scanneronderzoek

Met een scanneronderzoekt kan men in het lichaam kijken en opzoek naar afwijking waaronder tumoren. Er is een MRI scan en een CT scan.

MRI scanner

Een MRI scan is m.b.v. een magneetveld en radiogolven. Je wordt dan in een soort van tunnel geplaatst en op deze wijze wordt er een dwars- en lengtedoorsnede van het lichaam gemaakt welke later op de computer geanalyseerd kan worden. Hiermee wordt dus een gedetailleerd beeld van het weefsel en de organen gemaakt. De MRI scan wordt op de afdeling radiologie gemaakt van het ziekenhuis.

Omdat een MRI scanner een zeer sterk magnetisch veld veroorzaakt mogen mensen met een ICD / pacemaker of met metaalplinters in het oog niet onder een MRI scanner. Indien met een MRI-veilige pacemaker heeft dan kan en mag het wel.

Een MRI scanner brengt de hersenen, hersenfuncties, het ruggenmerg, de zenuwen, de spieren, de pezen, de gewrichtsbanden, het hart, de hartfuncties en de buikorganen goed in beeld. Een MRI scan is een veelgebruikte methode om bijvoorbeeld darmkanker of prostaatkanker mee op te sporen.

Een MRI scan duurt tussen de 30 en 90 minuten.

CT scanner

Een CT scan is m.b.v. röntgenstraling. Ook bij een CT scan wordt er een lengte- en dwarsdoorsnede van het lichaam gemaakt. Omdat er een andere techniek gebruikt wordt is deze manier van scannen wel veilig voor mensen met een pacemaker en metaalsplinters in het oog. Wel kunnen metaaldeeltjes storing veroorzaken op de beelden uit de CT scanner. Ook de CT scan wordt op de afdeling radiologie gemaakt van het ziekenhuis.

Vaak wordt voor een CT scan gekozen indien men meer wilt weten over de botten waaronder botbreuken, de hersenen, de longen, de buikorganen, de slagaders en de bloedvaten. Een CT scan is een veel gebruikte methode bij het opsporen van longkanker, maagkanker of een hersentumor.

Er zijn onderzoeken geweest naar het na-effect van een CT scan. Aangezien hier met een zeer hoge dosis straling wordt gewerkt sluit men niet uit dat dit op latere leeftijd kanker juist kan veroorzaken.

Contrastvloeistof

Contrastvloeistof kan zowel bij een MRI scan als een CT scan worden gebruikt om meer uit het onderzoek te halen. Afhankelijk van het onderzoek kan de contrastvloeistof worden gedronke of wordt deze ingespoten. Sommige mensen kunnen overgevoelig zijn voor contrastvloeistof. Symptomen hiervan zijn koorts, zweten en/of duizeligheid. Normale symptomen van contrastvloeistof zijn een warm gevoel en lichte misselijkheid. Om dit te beperken kan men het beste een aantal uur voor het onderzoek niets eten of drinken.

 

Pet-scan

De pet-scan wordt vaak als aanvullend onderzoek gebruikt als er op een MRI of CT scan niets zichtbaar is maar er wel al aangetoond is met een ander onderzoek dat er kankercellen in het lichaam zitten. Tevens kan een pet-scan zichtbaar maken in welk stadium een ziekte verkeerd. Het onderzoek is vergelijkbaar met de MRI scan omdat je ook in een soort van tunnel komt te liggen. Bij een pet-scan wordt er een licht radioactieve stof gebruikt welke voor volwassenen niet schadelijk is. Indien men zwanger is of diabetes heeft moet dit vooraf met de arts worden besproken.

 

Echografie

Echografie (echo) is een onderzoek welke gebruikt maakt van geluidsgolven. Er worden geluidsgolven op hoge frequentie geproduceerd en door weerkaatsing (echo) weer opgevangen. M.b.v. speciale apparatuur kan men de echo omzetten in beeld. Hierdoor kan er door de huid heen worden gekeken en een live beeld worden gemaakt. Denk hierbij aan de echo tijdens een zwangerschap.

Met een echo kunnen tumoren en uitzaaiingen worden opgespoord. De echografie is een veel toegepaste methode bij het onderzoek naar leverkanker, nierkanker en lymfeklierkanker.

 

Scintigrafie

Bij scintigrafie wordt er een radioactieve stof toegediend d.m.v. een injectie, via eten of via inademen, afhankelijk van het type onderzoek. Met een speciale scan kan deze radioactieve straling worden gemeten en gevisualiseerd. Deze radioactieve stof heeft de eigenschap zich op te hopen op bepaalde plekken in het lichaam waar dus kanker mee aangetoond kan worden. Scintigrafie wordt veel toegepast bij botonderzoek (botkanker), schildklieronderzoek en onderzoek naar het hart.

 

Mammografie

Bij mammografie wordt er een röntgenfoto gemaakt van de borsten. Dit apparaat is speciaal ontwikkeld om borstkanker op te sporen. Bij mammografie komen de borsten tussen twee doorzichtige platen te zitten waarbij de platen naar elkaar toe worden geduwd. Hierdoor worden de borsten plat gedrukt en kan er meer op de röntgenfoto worden gezien. Dit onderzoek wordt vaak als pijnlijk beschreven.

Nederlandse vrouwen krijgen vanaf hun 50ste levensjaar elke 2 jaar een oproep om zich te laten onderzoeken op borstkanker. Vrouwen worden dan onderworpen aan een mammografieonderzoek. De uitslag laat meestal zo’n 2 weken op zich wachten. Een aanvullend onderzoek, als men een vermoeden heeft, dan kan deze met een echo worden aangevuld.

 

Endoscopie

M.b.v. endoscopie kan men aan de binnenkant van verschillende organen kijken. Bij endoscopie wordt gebruik gemaakt van een lange dunne slang welke voorzien is van een lampje, een camera en een klein schaartje om eventueel een biopt af te nemen.

Door deze slang in te brengen kan men dus zien of er iets verdachts zichtbaar is. Indien men iets aantreft kan er een biopt worden genomen. Dit is een klein stukje weefsel afnemen welke voor verder onderzoek kan worden gebruikt.

Endoscopie is dus met name een kijkinstrument. Dit kijkinstrument kan via een van de lichaamsopening naar binnen worden gebracht zoals de mond om bijvoorbeeld de slokdarm of maag te onderzoeken op slokdarmkanker of maagkanker.

Endoscopie is de verzamelnaam voor een onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van dit kijkinstrument. Endoscopie wordt onderverdeeld in verschillende benamingen afhankelijk van het type onderzoek.

Coloscopie = onderzoek aan de dikke darm
Gastroscopie = onderzoek aan de maag
Oesofagoscopie = onderzoek aan de slokdarm
Sigmoïdoscopie = onderzoek aan het laatste stuk van de dikke darm (sigmoïd)
Protoscopie/rectoscopie = onderzoek aan de endeldarm
Bronchoscopie = onderzoek aan de longen
Hysteroscopie = onderzoek aan de baarmoeder
Cystoscopie = onderzoek aan de blaas

Echo-endoscopie is een uitbreiding aan het uiteinde van het instrument dat gebruikt wordt en kan een echo maken waarmee ook beelden kunnen worden gemaakt. Echobeelden kunnen door weefsel heen kijken.

 

Angiografie

Bij angiografie worden röntgenfoto’s gemaakt van de bloedvaten. Angiografie wordt ook wel bloedvatkatheterisatie genoemd. Bij angiografie wordt er een katheter (dun slangetje) ingebracht bij een slachtader. Deze kan zich in de pols of lies bevinden. Vervolgens wordt er op de juiste plaats contrastvloeistof ingespoten welke op de röntgenfoto weer zichtbaar wordt.

Het contrastvloeistof bevat jodium wat in sommige gevallen een allergische reactie kan oproepen. Er bestaan ook alternatieven zonder jodium. In dat geval worden er medicijnen voorgeschreven.

Angiografie wordt veel toegepast bij onderzoek naar alvleesklierkanker en nierkanker.

 

Beenmergonderzoek

Bij een beenmergonderzoek wordt er onderzoek gedaan naar het beenmerg. Beenmerg is te vinden in de beenderen en hebben een sponsachtige structuur. In het beenmerg zitten diverse type cellen waaronder stamcellen en voorlopercellen van de bloedcellen. In het beenmerg ontwikkelen dus cellen welke later aan de bloedcirculatie worden afgegeven.

Bij het beenmergonderzoek wordt er met een holle naald in het beenmerg geprikt om wat cellen af te nemen zodat dit nader onderzocht kan worden. D.m.v. een beenmergonderzoek kan leukemie worden onderzocht en het teveel of tekort aan witte bloedcellen en bloedplaatjes.

In de afbeelding hiernaast zie je: 1) Harde beensubstantie, 2) Spongieus beenweefsel, 3) Beenmerg

 

Lymfoscintigrafie

Naast het bloedvatenstelsel heeft het lichaam ook een lymfestelsel. Door bloedvaten loopt bloed en door lymfestelsel loopt lymfe. Lymfe wat ook wel weefselvocht wordt genoemd bestaat ongeveer uit dezelfde bestandsdelen als bloedplasma maar is dan voorzien van een hogere concentratie van eiwitten.

De bloedvaten zorgen voor de aan- en afvoer van bloed naar de organen toe. De lymfestelsel zorgt alleen voor de afvoer van lichaamsvreemde stoffen waaronder overtollige vocht uit weefsel. Het lymfestelsel bestaat uit lymevaten, lymfeklieren en lymfeweefsel. Ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen worden door de lymfeklieren gezuiverd en afgevoerd.

Lymfeklieren zitten in de keelholte, de luchtwegen, de mild, in de darmwand en in het beenmerg.

Om de werking goed in kaart te kunnen brengen wordt er in het lymfestelsel een licht radioactief middel ingespoten. Men kan met behulp van een speciale camera het radioactieve middel waarnemen en zien hoe het in het lymfestelsel verspreid wordt en wordt afgevoerd. Niet alleen kunnen bepaalde tumor (lymfeklierkanker) worden waargenomen maar eventuele uitzaaiingen en het stadia waarin de kanker zich verkeerd.

 

Bloedonderzoek

Een bloedonderzoek wijst in een beginstadium vaak niets uit. Hiermee kan dus geen kanker worden aangetoond. Alleen leukemie welke een bloedkanker is kan in een verder gevorderd stadium vaak wel aangetoond worden. Overige vormen van kanker zijn dus niet direct in het bloed zichtbaar. In een hoop gevallen zelfs niet in een ver gevorderd stadium.

Bij een bloedonderzoek kan er worden gekeken of er een abnormale hoeveelheid tumormerkers aanwezig zijn welke bij een bepaald type kanker voor komt. Omdat het aantal tumormerkers per persoon verschilt en dit ook bij gezonde mensen voorkomt kan alleen bij een abnormale hoeveelheid een link worden gelegd.

De tumormerker APF (Alfa foetoproteine) komt bij teelbalkanker voor.
De tumormerker CEA (Carcino embryonaal antigen) komt bij darmkanker voor.
De tumormerker M2-PK komt bij darmkanker, borstkanker, prostaatkanker, niercelkanker, longkanker, maagkanker, alvleesklierkanker, baarmoederhalskanker en ovariumcarcinoom voor.

 

Biopsie / punctie

Heb je een voelbaar bultje of verdikking of is er onder een scanner iets waargenomen dan kan er een biopt genomen worden. Dit betekend dat er een stukje weefsel wordt verwijderd/afgenomen om verder te onderzoeken. Het weefsel wordt door een patholoog-anatoom onderzocht op kwaadaardige weefsel of tumoren. Ook kunnen er bacteriën worden aangetoond welke soms de oorzaak van een verdikking kunnen zijn. Hiermee kan dus een bepaalde vorm van kanker worden aangetoond.

Er zijn verschillende methoden om een stukje weefsel af te nemen. Welke methode wordt toegepast is afhankelijk van de soort en locatie van de verdenking.

Er kan met een fijne naald een microbiopsie worden genomen welke onder echografische of andere begeleiding wordt genomen. Met ziet dan visueel waar de naald in prikt.

Een stansbiopt is het wegnemen van een heel klein stukje huid. Enkele millimeters groot. Dit kan bijvoorbeeld bij huidkanker gedaan worden.

Bij gastoscopie wordt er een hapje weggenomen met een speciaal instrument. Dit wordt vaak bij maagonderzoek gedaan.

Dit artikel delen:

Schrijf een reactie